Vertaling van abbreviate van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

abbreviate

': afkorten, verkorten, inkorten, bekorten, herleiden
Transcriptie: [əˈbriːvɪeɪt]

Woordenboekartikel

verb

  1. verkorten (reduce)
  2. afkorten
  3. inkorten
  4. bekorten
  5. herleiden

Voorbeelden

afkorting van woorden of zinnen


to abbreviate a word

— een woord afkorten

to abbreviate a phrase

— een zin afkorten

to abbreviate a name

— een naam afkorten; een benaming afkorten

to abbreviate a title

— een titel afkorten; een officiële benaming afkorten

to abbreviate the month names

— de namen van de maanden afkorten

to abbreviate the days of the week

— de namen van de dagen van de week afkorten

aanwijzing van de vorm van een afkorting of voorbeeld


to abbreviate as

— afkorten als; aanduiden als

to be abbreviated as

— worden afgekort als; worden aangeduid als

to be commonly abbreviated as

— gewoonlijk worden afgekort als; gewoonlijk worden aangeduid als

to abbreviate to initials

— afkorten tot initialen

gebruik van afkortingen in tekst of spraak


to abbreviate in writing

— afkorten in geschreven taal

to abbreviate in speech

— afkorten in gesproken taal

to abbreviate for convenience

— afkorten voor het gemak

to abbreviate in headings

— afkorten in koppen

vorming of methode van afkorten


to abbreviate by omitting letters

— afkorten door letters weg te laten

to abbreviate by using initials

— afkorten door initialen te gebruiken

to abbreviate by truncating

— afkorten door in te korten; verkorten

instructies of waarschuwingen


do not abbreviate

— niet afkorten

should be abbreviated

— moet worden afgekort; dient te worden afgekort

may be abbreviated

— kan worden afgekort

commonly abbreviated

— gewoonlijk afgekort