Vertaling van absence van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

absence

': afwezigheid, gebrek, ontstentenis, gemis, absentie
Transcriptie: [ˈæbsəns]

Woordenboekartikel

noun

  1. afwezigheid f (lack, shortage)
  2. gebrek n
  3. ontbreken (failure)
  4. afwezig (lack)
  5. ontbreekt (lack)
  6. ontstentenis
  7. gemis
  8. absentie
  9. mangel
  10. appel

Voorbeelden

afwezigheid


absence of evidence

— gebrek aan bewijs

absence of light

— gebrek aan licht

absence of interest

— gebrek aan belangstelling

absence of symptoms

— afwezigheid van symptomen

verzuim


absence from work

— verzuim van werk

absence from school

— schoolverzuim

unexplained absence

— onverklaarbaar verzuim

record an absence

— verzuim noteren

afwezigheid


during his absence

— tijdens zijn afwezigheid

in her absence

— in haar afwezigheid

absence from home

— afwezigheid van huis

temporary absence

— tijdelijke afwezigheid

gebrek


absence of care

— gebrek aan zorg

absence of discipline

— gebrek aan discipline

absence of detail

— gebrek aan details

absence of planning

— gebrek aan planning