Vertaling van address van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
address
Woordenboekartikel
noun
- adres n (addressing, email)
- toespraak f (speak)
- mailadres m
- adressering f
verb
- adresseren
- richten (target)
- pakken (tackle, solve, addressing, discuss)
- aanpakken
- ingaan
- gericht (target, solve)
- aangepakt
- aanpak m (tackle)
- verhelpen (solve)
- behandelen (discuss)
Voorbeelden
locatie of postadres
home address
— thuisadresmailing address
— postadresbusiness address
— zakelijk adres; juridisch adresdelivery address
— leveringsadresbilling address
— factuuradres; betalingsadrespermanent address
— vaste woonplaatstemporary address
— tijdelijk adresregistered address
— inschrijfadres; geregistreerd adrese-mail- of netwerkadressen
email address
— e-mailadresweb address
— webadres; internetadresaddress bar
— adresbalkip address
— ip-adresmac address
— mac-adresaddress book
— adresboektoespraak of openbare rede
address the nation
— de natie toespreken; zich tot de natie richtenpresidential address
— presidentiële toespraakcommencement address
— toespraak bij diploma-uitreikingkeynote address
— openingsredeopening address
— openingswoordiemand aanspreken of een probleem aanpakken
address someone
— iemand aanspreken; iemand toesprekenaddress the issue
— het probleem aanpakken; de kwestie behandelenaddress a concern
— een zorg wegnemen; rekening houden met een opmerkingaddress a problem
— een probleem oplossen; een probleem verhelpenaddress an envelope
— een envelop adresserenaddress a letter to someone
— een brief aan iemand richtenaddress by name
— bij naam aansprekenvelden of regels in formulieren en documenten
address line 1
— adresregel 1address line 2
— adresregel 2shipping address
— verzendadresreturn address
— retouradreschange of address
— adreswijzigingformele of zakelijke combinaties
formal address
— formele aanspreekvormaddress of record
— officieel adresaddress validation
— adresvalidatieregistered office address
— adres van de statutaire zetel