Vertaling van addressing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

addressing

': richten, adresseren, aanspreken, toespreken, afzenden
Transcriptie: [əˈdresɪŋ]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. adresseren
  2. adressering f (address)
  3. adres n
  4. aanpakken (tackle, address, resolve)
  5. pakken
  6. aangepakt

verb

  1. richten
  2. aanspreken
  3. toespreken
  4. afzenden
  5. consigneren
  6. verwijzen