Vertaling van addressing van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
addressing
Transcriptie: [əˈdresɪŋ]
Woordenboekartikel
noun
- adresseren
- adressering f (address)
- adres n
- aanpakken (tackle, address, resolve)
- pakken
- aangepakt
verb
- richten
- aanspreken
- toespreken
- afzenden
- consigneren
- verwijzen
Voorbeelden
postverzending, adressering
addressing an envelope
— een envelop adresserenaddressing a letter
— een brief adresserenaddressing parcels
— postpakketten adresserentoespraak tot publiek of persoon
addressing the audience
— het publiek toesprekenaddressing the nation
— de natie toesprekenaddressing the meeting
— de vergadering toesprekenaddressing the panel
— het panel toesprekenproblemen, vragen of behoeften aanpakken
addressing a problem
— een probleem aanpakkenaddressing concerns
— zorgen besprekenaddressing the issue
— de kwestie aanpakkenaddressing people's needs
— in de behoeften van mensen voorzienaddressing climate change
— klimaatverandering aanpakkentaalvormen, manieren van aanspreken
addressing someone by name
— iemand bij naam aansprekenaddressing someone as a colleague
— iemand als collega aansprekenaddressing oneself to the task
— zich aan de taak zettentechnisch en computationeel
addressing memory
— geheugen adresserenaddressing devices
— apparaten adresserenaddressing a webpage
— een webpagina aansprekenaddressing packets
— pakketten adresserenzakelijke en juridische correspondentie, verzoeken
addressing correspondence
— correspondentie adresserenaddressing a complaint
— een klacht behandelenaddressing a request
— een verzoek behandelenaddressing legal issues
— juridische kwesties aanpakken