Vertaling van addressing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

addressing

': richten, adresseren, aanspreken, toespreken, afzenden
Transcriptie: [əˈdresɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. adresseren
  2. adressering f (address)
  3. adres n
  4. aanpakken (tackle, address, resolve)
  5. pakken
  6. aangepakt

verb

  1. richten
  2. aanspreken
  3. toespreken
  4. afzenden
  5. consigneren
  6. verwijzen

Voorbeelden

postverzending, adressering


addressing an envelope

— een envelop adresseren

addressing a letter

— een brief adresseren

addressing parcels

— postpakketten adresseren

toespraak tot publiek of persoon


addressing the audience

— het publiek toespreken

addressing the nation

— de natie toespreken

addressing the meeting

— de vergadering toespreken

addressing the panel

— het panel toespreken

problemen, vragen of behoeften aanpakken


addressing a problem

— een probleem aanpakken

addressing concerns

— zorgen bespreken

addressing the issue

— de kwestie aanpakken

addressing people's needs

— in de behoeften van mensen voorzien

addressing climate change

— klimaatverandering aanpakken

taalvormen, manieren van aanspreken


addressing someone by name

— iemand bij naam aanspreken

addressing someone as a colleague

— iemand als collega aanspreken

addressing oneself to the task

— zich aan de taak zetten

technisch en computationeel


addressing memory

— geheugen adresseren

addressing devices

— apparaten adresseren

addressing a webpage

— een webpagina aanspreken

addressing packets

— pakketten adresseren

zakelijke en juridische correspondentie, verzoeken


addressing correspondence

— correspondentie adresseren

addressing a complaint

— een klacht behandelen

addressing a request

— een verzoek behandelen

addressing legal issues

— juridische kwesties aanpakken