Vertaling van adverb van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

adverb

': bijwoord, adverbium
Transcriptie: [ˈædvərb]

Voorbeelden

soort of categorie


adverb of time

— tijdbijwoord

adverb of place

— plaatsbijwoord

adverb of manner

— wijze bijwoord; bijwoord van wijze

adverb of frequency

— frequentebijwoord

adverb of degree

— graadbijwoord

adverb of probability

— waarschijnlijkheidsbijwoord

sentence adverb

— zinbijwoord; voegwoordelijk bijwoord

conjunctive adverb

— verbindingsbijwoord; voegwoordelijk bijwoord

adverbial phrase

— bijwoordelijke bepaling; bijwoordelijke woordgroep

adverbial clause

— bijwoordelijke bijzin

positie of rol


adverb at the beginning

— bijwoord aan het begin

adverb at the end

— bijwoord aan het eind

adverb before the verb

— bijwoord vóór het werkwoord

adverb after the verb

— bijwoord ná het werkwoord

adverb modifying a verb

— bijwoord dat een werkwoord bepaalt

adverb modifying an adjective

— bijwoord dat een bijvoeglijk naamwoord bepaalt

adverb modifying an adverb

— bijwoord dat een ander bijwoord bepaalt

leer- of oefenzinnen


adverb example

— voorbeeld van een bijwoord

adverb exercise

— oefening met bijwoorden

find the adverb

— zoek het bijwoord

use an adverb

— gebruik een bijwoord

adverb test

— toets over bijwoorden

adverb worksheet

— werkblad bijwoorden; oefenblad bijwoorden

kenmerk of omschrijving


intensifying adverb

— versterkend bijwoord; intensiverend bijwoord

focusing adverb

— focusserend bijwoord; beperkend bijwoord

restrictive adverb

— beperkend bijwoord

degree adverb

— graadbijwoord; bijwoord van graad

interrogative adverb

— vragend bijwoord

relative adverb

— betrekkelijk bijwoord

negative adverb

— ontkennend bijwoord