Vertaling van affair van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

affair

': affaire, zaak, aangelegenheid, kwestie, ding
Transcriptie: [əˈfeə]

Woordenboekartikel

noun

  1. zaak f (issue, matter)
  2. ding n
  3. aangelegenheid f (matter)
  4. affaire f
  5. kwestie f (issue)
  6. zaakje
  7. gevecht

Voorbeelden

zaak


 

a serious affair

— een ernstige zaak
 

the whole affair

— de hele zaak
 

a family affair

— een familieaangelegenheid
 

an awkward affair

— een lastige kwestie

liefdesaffaire


 

a love affair

— een liefdesaffaire
 

an affair with a colleague

— een affaire met een collega
 

have an affair

— een affaire hebben
 

end an affair

— een affaire beëindigen

escapades, intriges


 

a scandalous affair

— een schandalige escapade
 

a secret affair

— een geheime affaire
 

an affair of honor

— een erezaak
 

a messy affair

— een vuile geschiedenis