Vertaling van affirm van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

affirm

': bevestigen, beweren, bekrachtigen, verzekeren
Transcriptie: [əˈfɜːm]

Woordenboekartikel

verb

  1. bevestigen (confirm)
  2. bekrachtigen
  3. bevestiging f (confirm)
  4. zeggen (say)
  5. verklaren (state)
  6. beweren
  7. verzekeren

Voorbeelden

bevestiging van een feit of bewering


affirm a fact

— een feit bevestigen

affirm that he is innocent

— beweren dat hij onschuldig is

affirm the truth of a statement

— de waarheid van een bewering bevestigen; de waarheid van een uitspraak erkennen

affirm the findings

— de bevindingen bevestigen; de resultaten erkennen

juridische bevestiging of bekrachtiging van een beslissing


affirm a judgment

— een vonnis bevestigen; de uitspraak van de rechtbank bekrachtigen

affirm a decision

— een beslissing bevestigen; een besluit bekrachtigen

affirm under oath

— onder ede bevestigen

affirm the ruling

— de uitspraak bevestigen; de beschikking van de rechtbank bekrachtigen

steun of betrokkenheid uiten


affirm someone's rights

— iemands rechten bevestigen; iemands rechten verdedigen

affirm one's commitment

— zijn toewijding bevestigen; zijn verplichting bevestigen

affirm support for a policy

— steun voor een beleid uiten; de steun voor een beleid bevestigen

zelfbevestiging of bevestiging van identiteit


affirm oneself

— zichzelf bevestigen; de eigen belangrijkheid bevestigen

affirm one's identity

— zijn identiteit bevestigen; zijn persoonlijkheid bevestigen

affirm one's worth

— zijn waarde erkennen; de eigen belangrijkheid bevestigen

religieuze of ceremoniële aanvaarding


affirm one's faith

— zijn geloof bevestigen; zijn geloof belijden

affirm a creed

— een geloofsbelijdenis bevestigen; een geloofsbelijdenis belijden

affirm baptismal vows

— doopgeloften bevestigen; de geloften bij de doop bevestigen