Vertaling van affix van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

affix

': affix, achtervoegsel, hechten, toevoegen, aanhechten
Transcriptie: [ˈæfɪks]

Woordenboekartikel

verb

  1. aanbrengen (put)
  2. hechten
  3. toevoegen
  4. aanhechten
  5. vasthechten
  6. bijvoegen

noun

  1. affix
  2. achtervoegsel
  3. toevoeging
  4. aanhangsel
  5. voorvoegsel

Voorbeelden

bevestigen


affix a label

— een etiket bevestigen

affix a tag

— een label bevestigen

affix a notice

— een mededeling ophangen

affix a seal

— een zegel aanbrengen

plakken


affix a stamp

— een postzegel plakken

affix a sticker

— een sticker plakken

affix the photo

— de foto opplakken

ondertekenen en stempelen


affix your signature

— uw handtekening zetten

affix an official seal

— een officieel zegel aanbrengen

affix the company stamp

— het stempel van het bedrijf zetten

affix


prefix and affix

— voorvoegsel en achtervoegsel

grammatical affix

— grammaticaal affix

derivational affix

— afleidingsaffix