Vertaling van affix van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
affix
Transcriptie: [ˈæfɪks]
Woordenboekartikel
verb
- aanbrengen (put)
- hechten
- toevoegen
- aanhechten
- vasthechten
- bijvoegen
noun
- affix
- achtervoegsel
- toevoeging
- aanhangsel
- voorvoegsel
Voorbeelden
bevestigen
affix a label
— een etiket bevestigenaffix a tag
— een label bevestigenaffix a notice
— een mededeling ophangenaffix a seal
— een zegel aanbrengenplakken
affix a stamp
— een postzegel plakkenaffix a sticker
— een sticker plakkenaffix the photo
— de foto opplakkenondertekenen en stempelen
affix your signature
— uw handtekening zettenaffix an official seal
— een officieel zegel aanbrengenaffix the company stamp
— het stempel van het bedrijf zettenaffix
prefix and affix
— voorvoegsel en achtervoegselgrammatical affix
— grammaticaal affixderivational affix
— afleidingsaffix