Vertaling van affix van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

affix

': affix, achtervoegsel, hechten, toevoegen, aanhechten
Transcriptie: [ˈæfɪks]   US     UK 

Woordenboekartikel

verb

  1. aanbrengen (put)
  2. hechten
  3. toevoegen
  4. aanhechten
  5. vasthechten
  6. bijvoegen

noun

  1. affix
  2. achtervoegsel
  3. toevoeging
  4. aanhangsel
  5. voorvoegsel