Vertaling van against van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

against

': tegen, tegenover, met, jegens, strijdig met
Transcriptie: [əˈgenst]

Woordenboekartikel

preposition

  1. tegen
  2. tegenover
  3. met
  4. jegens
  5. versus
  6. bij
  7. volgens
  8. tot (up to)
  9. naar
  10. uit

Voorbeelden

tegen, vijandigheid of oppositie


fight against

— vechten tegen; strijden tegen

stand against

— zich verzetten tegen; tegenstand bieden

argue against

— argumenteren tegen; bezwaar maken tegen

campaign against

— campagne voeren tegen; bestrijden

tegen, wedstrijd of competitie, tegenstander


play against

— spelen tegen

go up against

— het opnemen tegen; de strijd aangaan met

a match against

— een wedstrijd tegen

face against

— geconfronteerd worden met; het hoofd bieden aan

tegen, fysiek contact of leunen


lean against

— leunen tegen

press against

— drukken tegen; aandrukken tegen

bump against

— botsen tegen; stoten tegen

slam against

— smakken tegen; met een klap tegen

tegen, overtreding van regel of wet


against the law

— tegen de wet; illegaal

against the rules

— in strijd met de regels; tegen de regels

act against regulations

— handelen in strijd met de regels; de regels overtreden

tegen, bescherming of preventie


insured against

— verzekerd tegen

protected against

— beschermd tegen; gevrijwaard van

take precautions against

— voorzorgsmaatregelen nemen tegen; maatregelen treffen tegen

tegen, tegen de verwachtingen of omstandigheden in


against all odds

— tegen alle verwachtingen in; ondanks alles

against my better judgment

— tegen mijn beter weten in; tegen mijn verstand

against expectation

— tegen de verwachting in; onverwacht

tegen, vergelijking of tegen een achtergrond


against the backdrop

— tegen de achtergrond van; in het kader van

compare against

— vergelijken met

against previous years

— vergeleken met voorgaande jaren

tegen, tegen de richting of essentie in


against the grain

— tegen de stroom in; tegen de draad in

go against

— ingaan tegen; indruisen tegen