Vertaling van ancestor van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

ancestor

': voorvader, stamvader
Transcriptie: [ˈænsəstə]

Woordenboekartikel

noun

  1. voorvader m (forefather)
  2. voorouder m (forefather)
  3. bovenliggend (parent)
  4. voorganger m (predecessor)
  5. nazaat m
  6. stamvader

Voorbeelden

rechte voorouder


an ancestor of the family

— een voorvader van de familie

a direct ancestor

— een directe voorouder

a common ancestor

— een gemeenschappelijke voorouder

ancestors and descendants

— voorouders en nakomelingen

oude voorouder


ancestors of modern humans

— voorouders van de moderne mens

our ancient ancestors

— onze oude voorouders

a distant ancestor

— een verre voorouder

an early ancestor

— een vroege voorouder

voorloper


an ancestor of the modern machine

— een voorloper van de moderne machine

the ancestor of a species

— de voorouder van een soort

an ancestor of the present form

— een voorloper van de huidige vorm

the ancestor of a word

— de stamvader van een woord