Vertaling van appetite van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

appetite

': eetlust, trek, begeerte, hongerigheid, graagte
Transcriptie: [ˈæpɪtaɪt]

Woordenboekartikel

noun

  1. begeerte f (lust)
  2. honger m (starvation)
  3. lust m (lust)
  4. verlangen n (demand)
  5. drang m (drive)
  6. eetlust
  7. trek
  8. hongerigheid
  9. graagte

Voorbeelden

fysieke eetlust of zin in eten


 

have a healthy appetite

— een gezonde eetlust hebben
 

have a good appetite

— een goede eetlust hebben; goed eten
 

have a hearty appetite

— een stevige eetlust hebben; grote eetlust
 

satisfy one's appetite

— de eetlust stillen; de honger stillen
 

build an appetite

— eetlust opwekken; eetlust stimuleren

verlies van eetlust of onderdrukking van de zin om te eten


 

have no appetite

— geen eetlust hebben; de eetlust ontbreekt
 

loss of appetite

— verlies van eetlust; gebrek aan eetlust
 

kill one's appetite

— de eetlust bederven
 

appetite suppressant

— eetlustremmer; middel dat de eetlust vermindert
 

reduced appetite

— verminderde eetlust; afname van de eetlust

figuurlijke eetlust, verlangen of neiging naar iets


 

appetite for risk

— risicobereidheid; neiging tot risico
 

appetite for adventure

— zucht naar avontuur; honger naar avontuur
 

appetite for knowledge

— honger naar kennis; zucht naar kennis
 

insatiable appetite for success

— onverzadigbare honger naar succes; onverzadigbare eetlust voor succes
 

appetite for power

— zucht naar macht; eetlust naar macht

beoordeling van de mate van eetlust of de kenmerken ervan


 

ravenous appetite

— barbaarse eetlust; zeer sterke eetlust
 

voracious appetite

— onverzadigbare eetlust; vraatzuchtige eetlust
 

insatiable appetite

— onverzadigbare eetlust
 

modest appetite

— bescheiden eetlust; kleine eetlust

idiomen en uitdrukkingen die verband houden met het opwekken of onderdrukken van de eetlust


 

whet the appetite

— de eetlust opwekken; interesse wekken
 

pique one's appetite

— de eetlust prikkelen; interesse wekken
 

spoil one's appetite

— de eetlust bederven; de eetlust ontnemen
 

tempt the appetite

— de eetlust opwekken; de eetlust verleiden