Vertaling van appoint van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

appoint

': aanstellen, benoemen, bepalen, vaststellen, bestemmen
Transcriptie: [əˈpɔɪnt]

Woordenboekartikel

verb

  1. benoemen (nominate)
  2. benoeming f (nominate)
  3. aanwijzen (nominate)
  4. aanstellen
  5. bepalen
  6. vaststellen
  7. bestemmen
  8. inrichten
  9. uitrusten
  10. voorschrijven

Voorbeelden

aanstellen in een functie


appoint a manager

— een manager aanstellen

appoint a new director

— een nieuwe directeur benoemen

appoint someone to the post

— iemand aanstellen in de functie

appoint a successor

— een opvolger benoemen

aanstellen voor een rol of in een commissie


appoint a committee

— een commissie aanstellen

appoint a judge

— een rechter benoemen

appoint a representative

— een vertegenwoordiger aanstellen

appoint an adviser

— een adviseur aanstellen

tijd en datum vaststellen


appoint a meeting

— een vergadering vaststellen

appoint a date

— een datum vaststellen

appoint an interview

— een gesprek plannen

appoint a hearing

— een hoorzitting plannen

bepalen en vaststellen


appoint the terms

— de voorwaarden bepalen

appoint the rules

— de regels vaststellen

appoint the limits

— de grenzen vaststellen

appoint the details

— de details bepalen