Vertaling van appointed van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

appointed

': bestemmend, vaststellend, bepalend
Transcriptie: [əˈpɔɪntɪd]

Woordenboekartikel

adjective

  1. benoemd
  2. toegewezen
  3. benoemen
  4. bestemmend
  5. vaststellend
  6. bepalend

participle

  1. aangewezen

Voorbeelden

officiële benoeming of benoemd in een functie


appointed manager

— aangestelde manager; benoemde leidinggevende

appointed director

— benoemde directeur

appointed to the post

— benoemd in de functie

was appointed

— werd benoemd; is benoemd

aangesteld door iemand, benoemd door orgaan of persoon


appointed by the president

— benoemd door de president

appointed by the board

— benoemd door de raad van bestuur; benoemd door het bestuur

appointed by the court

— door de rechtbank benoemd

juridische rol, aangestelde voogd of executeur


appointed guardian

— aangestelde voogd

court appointed guardian

— door de rechtbank benoemde voogd; voogd, benoemd door de rechtbank

appointed executor

— benoemde executeur-testamentair; aangestelde executeur

afgesproken tijd of plaats


appointed time

— afgesproken tijd

appointed day

— afgesproken dag; vastgestelde dag

appointed place

— afgesproken plaats

appointed meeting

— afgesproken afspraak; geplande ontmoeting

aangewezen om een taak uit te voeren, bestemd


appointed to oversee the project

— aangewezen om het project te begeleiden; aangewezen om toezicht te houden op het project

appointed for the task

— aangewezen voor de taak; bestemd om de taak uit te voeren

appointed to act as adviser

— aangewezen als adviseur; aangewezen om de taken van adviseur te vervullen

passieve vormen en constructies met benoemd


has been appointed

— is benoemd; is al benoemd

was appointed yesterday

— is gisteren benoemd; werd gisteren benoemd