Vertaling van appointment van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

appointment

': afspraak, benoeming, aanstelling, ambt, inrichting
Transcriptie: [əˈpɔɪntmənt]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. afspraak f (agreement)
  2. benoeming f (designation)
  3. ontmoeting f (meeting)
  4. aanstelling
  5. ambt
  6. inrichting
  7. beschikking
  8. bepaling
  9. uitrusting
  10. voorschrift