Vertaling van apprentice van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

apprentice

': leerling, leerjongen, leermeisje
Transcriptie: [əˈprentɪs]

Woordenboekartikel

noun

  1. leerling m (student)
  2. apprentice f
  3. leerjongen
  4. leermeisje

Voorbeelden

gezel


 

apprentice carpenter

— gezeltimmerman
 

apprentice blacksmith

— gezelsmid
 

apprentice to a master

— gezel bij een meester

leerling, stagiair


 

apprentice engineer

— leerling-ingenieur
 

apprentice at a firm

— stagiair bij een bedrijf
 

apprentice program

— stageprogramma

beginner


 

apprentice writer

— beginnend schrijver
 

apprentice actor

— beginnend acteur
 

apprentice skill

— beginvaardigheid

scheepsjongen


 

apprentice sailor

— scheepsjongen
 

apprentice on board

— scheepsjongen aan boord