Vertaling van arguing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

arguing

': betogen, beweren, argumenteren, aanvoeren, redeneren
Transcriptie: [ˈɑːgjuːɪŋ]

Woordenboekartikel

participle

  1. betoogt

verb

  1. betogen
  2. beweren
  3. argumenteren
  4. aanvoeren
  5. redeneren
  6. redetwisten
  7. disputeren
  8. beredeneren
  9. tegenspreken
  10. bewijzen

Voorbeelden

constantly arguing

— voortdurend ruziënd

loudly arguing

— luidruchtig ruziënd

angrily arguing

— boos ruziënd

emotionally arguing

— emotioneel ruziënd

arguing with parents

— ruziën met ouders

arguing with colleagues

— ruziën met collega's

arguing with a partner

— ruziën met een partner

arguing over money

— ruziën over geld

arguing about responsibilities

— ruziën over verantwoordelijkheden

arguing a point

— een punt bepleiten

arguing for change

— pleiten voor verandering

arguing against the proposal

— pleiten tegen het voorstel

arguing in favor of the idea

— pleiten voor het idee

arguing the case

— de zaak bepleiten