Vertaling van arguing van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
arguing
Transcriptie: [ˈɑːgjuːɪŋ]
Woordenboekartikel
participle
- betoogt
verb
- betogen
- beweren
- argumenteren
- aanvoeren
- redeneren
- redetwisten
- disputeren
- beredeneren
- tegenspreken
- bewijzen
Voorbeelden
constantly arguing
— voortdurend ruziëndloudly arguing
— luidruchtig ruziëndangrily arguing
— boos ruziëndemotionally arguing
— emotioneel ruziëndarguing with parents
— ruziën met oudersarguing with colleagues
— ruziën met collega'sarguing with a partner
— ruziën met een partnerarguing over money
— ruziën over geldarguing about responsibilities
— ruziën over verantwoordelijkhedenarguing a point
— een punt bepleitenarguing for change
— pleiten voor veranderingarguing against the proposal
— pleiten tegen het voorstelarguing in favor of the idea
— pleiten voor het ideearguing the case
— de zaak bepleiten