Vertaling van arm van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

arm

': arm, wapen, wapenen, bewapenen, zich wapenen
Transcriptie: [ɑːm]

Woordenboekartikel

noun

  1. arm m (arms)
  2. wapen n (arms)

verb

  1. bewapenen
  2. wapenen (equip)
  3. zich wapenen
  4. beslaan
  5. pantseren

Voorbeelden

lichaamsdelen


 

right arm

— rechterarm
 

left arm

— linkerarm
 

forearm

— onderarm
 

upper arm

— bovenarm

bewapening, militaire betekenis


 

arms

— wapens
 

small arms

— handvuurwapens
 

arms race

— wapenwedloop
 

to bear arms

— wapens dragen

werkwoord: bewapenen, uitrusten


 

to arm

— bewapenen
 

to arm oneself

— zich bewapenen
 

to arm someone with something

— iemand met iets bewapenen
 

armed to the teeth

— tot de tanden bewapend

tak, afdeling


 

an arm of the company

— een tak van het bedrijf
 

the lending arm

— de kredietafdeling
 

an arm of the government

— een tak van de overheid

idiomen en vaste uitdrukkingen


 

arm and a leg

— een arm en een been kosten
 

arm in arm

— arm in arm
 

to twist someone's arm

— iemands arm omdraaien
 

to be up in arms

— tegen iets in opstand zijn

medische, huishoudelijke combinaties


 

arm injury

— armblessure
 

sore arm

— pijnlijke arm
 

to have a tattoo on one's arm

— een tatoeage op de arm hebben