Vertaling van assert van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

assert

': beweren, doen gelden, verklaren, handhaven, betuigen
Transcriptie: [əˈsɜːt]

Woordenboekartikel

verb

  1. beweren (say)
  2. bewering f (claim)
  3. zeggen (say)
  4. aanspraak f (claim)
  5. claimen (claim)
  6. doen gelden
  7. verklaren
  8. handhaven
  9. betuigen
  10. opkomen voor

Voorbeelden

beweren, verklaren


 

assert that

— beweren dat; verklaren dat
 

assert a fact

— een feit beweren
 

assert the truth

— de waarheid beweren
 

assert one's innocence

— zijn onschuld beweren; zijn onschuld verklaren
 

assert a position

— een standpunt verdedigen; een standpunt innemen

aandringen of verdedigen


 

assert oneself

— voor zichzelf opkomen; zich doen gelden
 

assert rights

— rechten verdedigen; rechten doen gelden
 

assert authority

— gezag doen gelden; macht tonen
 

assert control

— controle vestigen; controle verkrijgen
 

assert independence

— onafhankelijkheid opeisen; onafhankelijkheid verdedigen

programmeren, controle of testen


 

assert(condition)

— een voorwaarde controleren; nagaan dat een voorwaarde waar is
 

assert true

— waarheid controleren; waarheid bevestigen
 

assert false

— onwaarheid controleren; opzettelijk een assertiefout veroorzaken
 

assert in tests

— gebruiken in tests om te controleren; voorwaarden controleren in geautomatiseerde tests

juridisch of formeel gebruik


 

assert a claim

— een claim indienen; een eis stellen
 

assert jurisdiction

— rechtsmacht opeisen; bevoegdheid van de rechtbank vaststellen
 

assert in court

— in de rechtbank verklaren; voor de rechtbank vertegenwoordigen
 

assert privilege

— een voorrecht inroepen; gebruikmaken van een voorrecht