Vertaling van assign van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

assign

': toewijzen, overdragen, aanwijzen, bepalen, bestemmen
Transcriptie: [əˈsaɪn]

Woordenboekartikel

verb

  1. toewijzen (allocate)
  2. overdragen (transfer)
  3. aanwijzen (designate)
  4. wijzen (allocate)
  5. wijs (allocate)
  6. toekennen (allocate)
  7. kennen
  8. toewijzing f (allocate)
  9. geven (specify)
  10. koppelen (associate)

noun

  1. verleend
  2. afstaan
  3. rechtverkrijgende
  4. cessionaris

Voorbeelden

benoemen in een functie


assign a manager

— een manager aanwijzen

assign someone to a post

— iemand op een post benoemen

assign duties

— taken toewijzen

assign a teacher

— een leraar benoemen

toekennen en toeschrijven


assign a name

— een naam geven

assign blame

— de schuld geven

assign meaning

— betekenis geven

assign a value

— een waarde toekennen

toewijzen en reserveren


assign a room

— een kamer toewijzen

assign seats

— plaatsen toewijzen

assign funds

— middelen toewijzen

assign a role

— een rol toebedelen

opleggen en opgeven


assign responsibility

— verantwoordelijkheid leggen

assign a task

— een taak opgeven

assign homework

— huiswerk opgeven

assign conditions

— voorwaarden stellen

juridisch en zelfstandig naamwoord


assign rights

— rechten overdragen

assign a claim

— een vordering overdragen

an assign

— een rechtsopvolger

assignment

— toewijzing, overdracht