Vertaling van assistant van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

assistant

': assistent, adjunct, hulp, helper, medehelper
Transcriptie: [əˈsɪstənt]

Woordenboekartikel

noun

  1. adjunct m (deputy)
  2. Assistant m
  3. medewerker m (associate)
  4. hulpverlener m (counselor)
  5. assistanthet
  6. assistent
  7. hulp
  8. helper
  9. medehelper
  10. medehelpster

adjective

  1. behulpzaam
  2. helpend

Voorbeelden

assistent


personal assistant

— persoonlijk assistent

assistant manager

— assistent-manager

assistant to the director

— assistent van de directeur

assistant teacher

— assistent-leraar

verkoper


sales assistant

— verkoopadviseur

shop assistant

— winkelbediende

customer assistant

— klantenservicemedewerker

assistant staff

— servicepersoneel

laboratoriumassistent


laboratory assistant

— laborant

medical assistant

— medisch assistent

research assistant

— onderzoeksassistent

assistant nurse

— verpleeghulp

rechterlijk en administratief


assistant judge

— plaatsvervangend rechter

assistant referee

— assistent-scheidsrechter

assistant secretary

— secretaris

assistant clerk

— klerk-assistent

ondersteunend


assistant role

— ondersteunende rol

assistant position

— assistent-functie

assistant duties

— assistent-taken

assistant level

— ondersteunend niveau