Vertaling van associate van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

associate

': associëren, deelgenoot, vennoot, verbinden, compagnon
Transcriptie: [əˈsoʊsiət]

Woordenboekartikel

noun

  1. vennoot m
  2. metgezel m (fellow)
  3. geassocieerd
  4. medewerker m (assistant)
  5. gerelateerd (relate)
  6. verwante
  7. partner m (affiliate)
  8. collega n (fellow)
  9. associatie f (association)
  10. bondgenoot m

verb

  1. associëren (relate)
  2. verbinden (link)
  3. verenigen
  4. verband n (link)
  5. koppelen (link)
  6. relateren (link)
  7. toewijzen (assign)
  8. linken (connect)
  9. verkeren

Voorbeelden

verbinden en associëren


associate A with B

— A met B associëren

associate the smell with home

— de geur met thuis associëren

associate success with hard work

— succes met hard werken associëren

associate one idea with another

— een idee met een ander verbinden

omgaan en omgaan met


associate with friends

— met vrienden omgaan

associate with the wrong crowd

— met het verkeerde publiek omgaan

associate closely with colleagues

— nauw met collega's omgaan

associate with people from different backgrounds

— omgaan met mensen uit verschillende milieus

zich aansluiten en zich verenigen


associate with a group

— zich bij een groep aansluiten

associate oneself with a cause

— zich met een zaak verbinden

associate with a political movement

— zich bij een politieke beweging aansluiten

associate with the project

— aan het project deelnemen

partner en collega


business associate

— zakenpartner

close associate

— naaste medewerker

senior associate

— senior medewerker

associate of the firm

— vennoot van het bedrijf

verbonden en aangesloten


associate member

— geassocieerd lid

associate company

— gelieerde onderneming

associate degree

— associate degree

associate professor

— universitair hoofddocent