Vertaling van assurance van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

assurance

': zekerheid, verzekering, zelfvertrouwen, assurantie, onbeschaamdheid
Transcriptie: [əˈʃʊərəns]

Woordenboekartikel

noun

  1. zekerheid f (confidence)
  2. verzekering f (insurance)
  3. assurance f
  4. garantie f (warranty)
  5. waarborgen (safeguard)
  6. verzekeren
  7. geruststelling f (reassurance)
  8. verificatie f (verification)
  9. overtuiging f (conviction)
  10. zelfvertrouwen

Voorbeelden

garantie en zekerheid


quality assurance

— kwaliteitscontrole

assurance of payment

— betalingsgarantie

assurance policy

— verzekeringspolis

vertrouwen en zelfvertrouwen


with assurance

— met zelfvertrouwen

an air of assurance

— een air van zelfverzekerdheid

assurance in one's voice

— zelfverzekerdheid in de stem

verzekering en belofte


give assurance

— een verzekering geven

words of assurance

— woorden van geruststelling

assurance that...

— de verzekering dat...

verzekering


life assurance

— levensverzekering

assurance company

— verzekeringsmaatschappij

assurance premium

— verzekeringspremie