Vertaling van authority van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

authority

': autoriteit, gezag, aanzien, zegsman
Transcriptie: [ɔːˈθɒrɪtɪ]

Woordenboekartikel

noun

  1. autoriteit f (authority figure)
  2. gezag n (administration)
  3. overheid f (government)
  4. instantie f (body)
  5. bevoegdheid f (responsibility)
  6. gezaghebbend
  7. geloofwaardigheid f (credibility)
  8. aanzien
  9. zegsman

Voorbeelden

autoriteit


an authority on history

— een autoriteit op het gebied van geschiedenis

have authority in the field

— gezag hebben op dit gebied

moral authority

— moreel gezag

the authority of a scholar

— het gezag van een geleerde

macht en bevoegdheden


exercise authority

— gezag uitoefenen

have authority to act

— bevoegdheid hebben om te handelen

authority over staff

— gezag over personeel

abuse of authority

— machtsmisbruik

bestuursorgaan


the local authority

— de plaatselijke overheid

the tax authority

— de belastingdienst

the health authority

— de gezondheidsautoriteit

the competent authority

— de bevoegde autoriteit

officiële bron


on the authority of the minister

— op gezag van de minister

according to authority

— volgens officiële gegevens

an authority on the subject

— een autoriteit op het onderwerp

cite authority

— een autoriteit citeren