Vertaling van authority van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
authority
Transcriptie: [ɔːˈθɒrɪtɪ]
Woordenboekartikel
noun
- autoriteit f (authority figure)
- gezag n (administration)
- overheid f (government)
- instantie f (body)
- bevoegdheid f (responsibility)
- gezaghebbend
- geloofwaardigheid f (credibility)
- aanzien
- zegsman
Voorbeelden
autoriteit
an authority on history
— een autoriteit op het gebied van geschiedenishave authority in the field
— gezag hebben op dit gebiedmoral authority
— moreel gezagthe authority of a scholar
— het gezag van een geleerdemacht en bevoegdheden
exercise authority
— gezag uitoefenenhave authority to act
— bevoegdheid hebben om te handelenauthority over staff
— gezag over personeelabuse of authority
— machtsmisbruikbestuursorgaan
the local authority
— de plaatselijke overheidthe tax authority
— de belastingdienstthe health authority
— de gezondheidsautoriteitthe competent authority
— de bevoegde autoriteitofficiële bron
on the authority of the minister
— op gezag van de ministeraccording to authority
— volgens officiële gegevensan authority on the subject
— een autoriteit op het onderwerpcite authority
— een autoriteit citeren