Vertaling van be out van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

be out

': wees uit
Transcriptie: [bi ˈaʊt]

Voorbeelden

afwezigheid of onbereikbaarheid


be out

— er niet zijn; afwezig zijn

be out of town

— buiten de stad zijn; op reis zijn

be out of the office

— niet op kantoor zijn; afwezig zijn op het werk

be out of reach

— buiten bereik zijn; onbereikbaar zijn

be out and about

— buiten zijn; buiten bezig zijn

tekort of uitgeput zijn


be out of stock

— niet op voorraad zijn

be out of money

— geen geld hebben; zonder geld zitten

be out of time

— geen tijd hebben; tijd te kort komen

be out of breath

— buiten adem zijn; naar adem snakken

be out of practice

— uit de praktijk zijn; geoefendheid verloren hebben

be out of work

— werkloos zijn; zonder werk zitten

be out of patience

— geen geduld meer hebben; het geduld verliezen

defect of verouderd zijn


be out of order

— defect zijn; niet werken; niet in orde zijn

be out of date

— verouderd zijn; niet meer actueel zijn

be out of use

— buiten gebruik zijn; niet meer gebruikt worden

positie, zichtbaarheid of risico


be out in the open

— openlijk zijn; in het openbaar zijn

be out of sight

— buiten zicht zijn; uit het zicht verdwijnen

be out on a limb

— in een riskante positie zijn; op het randje zijn

emotionele of sociale toestand


be out of one's mind

— gek zijn; zijn verstand verloren hebben

be out of sorts

— niet in de stemming zijn; geïrriteerd zijn

be out for revenge

— uit zijn op wraak; wraak willen

be out to get someone

— het op iemand gemunt hebben; iemand dwarszitten

juridische of formele status


be out on bail

— op borgtocht vrij zijn; onder borgtocht vrijgelaten zijn

be out of prison

— uit de gevangenis zijn; op vrije voeten zijn

idiomatische uitdrukkingen en spreektaal


be out for the count

— buiten westen zijn; niet meer kunnen doorgaan

be out of the loop

— niet op de hoogte zijn; buiten de informatiekring vallen

be out of character

— uit de rol vallen; niet kenmerkend zijn

be out of one's depth

— te diep water zijn; ergens geen verstand van hebben