Vertaling van bell van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

bell

': klok, bel, schel, glas, de bel aanbinden
Transcriptie: [bel]

Woordenboekartikel

noun

  1. klok f (clock)
  2. bel m (chime)
  3. klokkentoren m (tower)
  4. belletje n (little bell)
  5. rinkelen (jingle)
  6. schel
  7. glas

verb

  1. de bel aanbinden
  2. brullen

Voorbeelden

voorwerpen


 

bell

— klok
 

handbell

— handbel
 

doorbell

— deurbel
 

church bell

— kerkklok
 

cowbell

— koebel
 

dinner bell

— dinerbel
 

sleigh bell

— slee-bel
 

service bell

— servicebel
 

school bell

— schoolbel

samengestelde zelfstandige naamwoorden


 

bell pepper

— paprika
 

bell jar

— stolp
 

bell tower

— klokkentoren
 

bellhop

— piccolo
 

bell-bottoms

— broekspijpen
 

alarm bell

— alarmbel
 

wedding bells

— huwelijksklokken
 

bell curve

— klokkromme
 

bellwether

— barometer

handelingen en woordcombinaties


 

to ring a bell

— een bel luiden
 

to ring the bell

— de bel luiden
 

to toll the bell

— de klok luiden
 

to pull the bell rope

— aan het klokkoord trekken
 

to sound the bell

— de bel laten klinken

idiomen en vaste uitdrukkingen


 

saved by the bell

— door de bel gered
 

bell the cat

— de kat de bel aanbinden
 

for whom the bell tolls

— voor wie de klok luidt
 

that rings a bell

— dat komt me bekend voor

muziek en geluid


 

bell choir

— belkoor
 

bell tone

— beltoon
 

chime the bells

— de klokken luiden

namen en benamingen


 

Alexander Graham Bell

— Alexander Graham Bell
 

Bell Labs

— Bell Labs