Vertaling van bind van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

bind

': binden, inbinden, verbinden, aanbinden, bekrachtigen
Transcriptie: [baɪnd]

Woordenboekartikel

verb (bound, bound)

  1. binden (bound, link)
  2. verbinden (link)
  3. koppelen
  4. binding f (bound)
  5. vastbinden (tie up)
  6. aanbinden
  7. bekrachtigen
  8. boorden
  9. verstoppen
  10. beslaan

noun

  1. inbinden n

Voorbeelden

fysiek vastmaken of binden


bind hands

— handen binden

bind feet

— voeten binden

bind with rope

— met een touw binden

bind the package

— het pakket inbinden

bind wounds

— wonden verbinden

juridische of contractuele verplichtingen


bind by contract

— contractueel binden

bind to an agreement

— aan een overeenkomst binden

bind by law

— wettelijk binden

bind someone by oath

— iemand onder ede binden

morele of sociale band


bind people together

— mensen samenbinden

bind by loyalty

— door loyaliteit binden

bind someone to secrecy

— iemand tot geheimhouding verplichten

bind a family

— een familie binden

programmeren, computer- en netwerkoperaties


bind a variable

— een variabele binden

bind a function

— een functie binden

bind to a port

— aan een poort binden

bind event handler to element

— een gebeurtenishandler aan een element binden

bind data to ui

— gegevens aan de gebruikersinterface binden

bind key to action

— een toets aan een actie binden

biochemie, geneeskunde, moleculaire interacties


bind to receptor

— aan een receptor binden

bind tightly

— stevig binden

bind with protein

— aan een eiwit binden

bind calcium

— calcium binden

boekbinderij, naaiwerk, textielverwerking


bind a book

— een boek inbinden

bind pages together

— pagina's samenbinden

bind the edges

— de randen afbinden

bind with tape

— met tape afbinden

frasewerkwoorden en vaste combinaties


bind up

— verbinden

bind together

— samenbinden

bind off

— afbinden

bind and gag

— binden en knevelen