Vertaling van biz van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

biz

': biz
Transcriptie: [ˈbɪz]

Voorbeelden

bedrijf of industrie


small biz

— klein bedrijf

start a biz

— een bedrijf starten

run a biz

— een bedrijf leiden; een bedrijf runnen

grow the biz

— het bedrijf uitbreiden; het bedrijf laten groeien

family biz

— familiebedrijf

side biz

— bijbaantje; nevenactiviteit

mom-and-pop biz

— klein familiebedrijf

brick-and-mortar biz

— fysiek bedrijf; winkel met een pand

online biz

— online bedrijf

informele uitdrukkingen of idioom


the biz

— de branche; het bedrijfsleven

in the biz

— in de branche werken; in het bedrijfsleven zitten

showbiz

— showbizz

biz as usual

— zaken zoals gewoonlijk; alles gaat zijn gangetje

biz whiz

— zakelijk wonderkind; zakelijk expert

afkortingen of vaktermen


biz plan

— businessplan

biz dev

— business development; afdeling bedrijfsontwikkeling

biz model

— businessmodel

biz owner

— bedrijfseigenaar

biz partner

— zakenpartner

reizen of kleding voor zaken


biz trip

— zakenreis; dienstreis

biz travel

— zakenreizen; dienstreizen

biz attire

— zakelijke kleding; zakelijke dresscode

biz lunch

— zakenlunch

internet of domeinen


dot biz

— .biz-domein

mycompany.biz

— mycompany.biz

biz page

— bedrijfspagina; zakenpagina

e-biz

— e-business; online bedrijf

marketing of massamedia


biz magazine

— zakenmagazine; tijdschrift over zaken

biz news

— zakenieuws; economisch nieuws

showbiz gossip

— showbizzroddels; roddels over beroemdheden