Vertaling van bluff van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

bluff

': bluffen, overbluffen, bruusk, grootspraak, overdonderen
Transcriptie: [blʌf]

Woordenboekartikel

noun

  1. bluffen
  2. bluf f
  3. Bluff m
  4. klif f (cliff)
  5. grootspraak
  6. steile kaap

verb

  1. overbluffen
  2. overdonderen
  3. ophakken

adjective

  1. bruusk
  2. gulhartig
  3. goedmoedig
  4. bars

Voorbeelden

bluf, misleiding


to bluff

— bluffen, misleiden

to call someone's bluff

— iemands bluf doorzien; iemands bluf testen

call my bluff

— test mijn bluf; laat me mijn kaarten tonen

to be caught bluffing

— betrapt worden op bluffen; ontmaskerd worden

to bluff one's way through something

— zich erdoorheen bluffen; zich voordoen als expert

a bluff

— een bluf; een valse dreiging

an empty bluff

— een lege bluf; een loze dreiging

poker, speltermen


bluffing in poker

— bluffen in poker

a successful bluff

— een geslaagde bluf

a failed bluff

— een mislukte bluf; een gefaalde bluf

to make a bluff

— een bluf uithalen; proberen tegenstanders te misleiden

to raise as a bluff

— een verhoging als bluf; een verhoging met de bedoeling te bluffen

klif, kust, steile helling


a coastal bluff

— een kustklif; een kustafgrond

a river bluff

— een rivierklif; een rivierafgrond

a limestone bluff

— een kalkstenen klif; een kalkstenen afgrond

on the bluff

— op de klif; op de afgrond

directheid, grofheid, openhartigheid


a bluff manner

— een directe grove toon; openhartig gedrag

to be bluff with someone

— openhartig tegen iemand zijn; recht door zee tegen iemand zijn

bluff honesty

— eenvoudige directheid; grof eerlijk