Vertaling van boast van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

boast

': bogen op, grootspraak, opscheppen, pochen, bluf
Transcriptie: [bəʊst]

Woordenboekartikel

verb

  1. opscheppen (boasting)
  2. bogen (brag)
  3. roemen
  4. schepten
  5. trots (boasting)
  6. prat
  7. scheppen (brag)
  8. bogen op
  9. pochen
  10. bluffen

noun

  1. grootspraak
  2. bluf

Voorbeelden

opschepperij


empty boast

— loze opschepperij

a boast about money

— opscheppen over geld

loud boast

— luidruchtig gebral

opscheppen


boast about your успех

— opscheppen over je succes

boast of his achievements

— pochen op zijn prestaties

boast that he won

— opscheppen dat hij gewonnen heeft

trots zijn


boast of a record

— trots zijn op een record

boast a long history

— een lange geschiedenis hebben

boast fine views

— prachtige uitzichten bieden

trots


the city's boast

— de trots van de stad

their main boast

— hun grootste trots

a boast of the region

— een trots van de regio