Vertaling van boon van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

boon

': zegen, gunst, weldaad, zegening
Transcriptie: [buːn]

Woordenboekartikel

noun

  1. zegen f (blessing)
  2. zegening f
  3. gunst
  4. weldaad

Voorbeelden

voordeel of weldaad


boon

— zegen, weldaad, gave

a boon

— een zegen, weldaad

a great boon

— een grote zegen, groot voordeel

a boon to agriculture

— een zegen voor de landbouw

recent rains were a boon to farmers

— de recente regen was een zegen voor de boeren

geschenk of gave


to grant a boon

— een gave verlenen, een verzoek inwilligen, een grote dienst bewijzen

a divine boon

— een goddelijke gave, hemelse zegen

a boon from fate

— een gave van het lot, zegen van het lot

voordeel voor bedrijf of economie


economic boon

— economische zegen, economisch voordeel

a boon for business

— een zegen voor het bedrijfsleven

a boon to the local economy

— een zegen voor de lokale economie

vriend of metgezel


boon companion

— boezemvriend, trouwe makker, tafelgenoot

my boon companion

— mijn boezemvriend, mijn trouwe makker

vaste uitdrukkingen en synonieme combinaties


a boon and a blessing

— een zegen en een weldaad, een ware redding

a much-needed boon

— een broodnodige zegen, tijdige hulp

a public boon

— een algemeen goed, nut voor de samenleving