Vertaling van bother van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

bother

': last, storen, hinderen, lastig vallen, belemmeren
Transcriptie: [ˈbɒðə]

Woordenboekartikel

verb

  1. last (suffer)
  2. storen (interfere)
  3. hinderen (interfere)
  4. moeite f (hassle)
  5. lastig
  6. gestoord (interfere)
  7. bekommeren (worry)
  8. storend (interfere)
  9. bezig (work)
  10. vermoeien

noun

  1. gezeur

Voorbeelden

iemand lastigvallen en verontrusten


bother someone

— iemand lastigvallen

bother about the future

— zich zorgen maken over de toekomst

bother with a problem

— zich zorgen maken over een probleem

don't bother

— doe geen moeite

vervelend en irritant zijn


bother the neighbors

— de buren lastigvallen

bother someone constantly

— iemand voortdurend lastigvallen

bother a person

— iemand irriteren

bother with questions

— iemand met vragen bestoken

de moeite nemen en zich druk maken


bother to call

— de moeite nemen om te bellen

bother to check

— de moeite nemen om te controleren

can't be bothered

— geen zin hebben, te lui zijn

not bother doing it

— er geen moeite voor doen

hinder en bron van zorgen


a minor bother

— een kleine ongemak

a real bother

— een echte last

what's the bother?

— waar gaat het over?

no bother

— geen probleem