Vertaling van bound van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

bound

': gebonden, grens, sprong, springen, begrenzen
Transcriptie: [baʊnd]

Woordenboekartikel

noun

  1. gebonden n
  2. grens f (limit)
  3. verbonden (associated)
  4. bindend (binding)
  5. binden (bind)
  6. binding f (bind)
  7. sprong
  8. landpaal

verb

  1. gekoppeld (associated)
  2. springen
  3. begrenzen
  4. beperken
  5. omgrenzen

Voorbeelden

verplicht, waarschijnlijk


bound to happen

— moeten gebeuren

bound to succeed

— zeker slagen

bound to fail

— gedoemd te mislukken

gebonden, vastgebonden


bound with rope

— met een touw vastgebonden

bound hand and foot

— gebonden handen en voeten

bound together

— aaneengebonden

bound by chains

— geketend

bound in leather

— in leer gebonden

bestemming, richting


bound for London

— op weg naar Londen

northbound train

— noordwaarts trein

homebound

— huiswaarts

eastbound bus

— oostwaarts bus

verplicht, juridisch


bound by law

— wettelijk verplicht

bound by contract

— contractueel verplicht

bound to secrecy

— gebonden aan geheimhouding

sprong, sprongetje


make a bound

— een sprong maken

in one bound

— in één sprong

take a bound

— een sprong maken

nauw verbonden


bound up with tradition

— verweven met traditie

bound up in work

— opgaan in werk

grenzen, limieten


within bounds

— binnen de perken

out of bounds

— verboden terrein

beyond bounds

— buiten de grenzen

vastbesloten


bound and determined

— vastbesloten en vastberaden

hardcover boek


hardbound book

— in linnen gebonden

bound in cloth

— in linnen gebonden