Vertaling van brick van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

brick

': baksteen, bakstenen, steen, stenen, blok
Transcriptie: [brɪk]

Woordenboekartikel

noun

  1. steen m (tile)
  2. Brick m
  3. baksteen
  4. blok
  5. metselsteen
  6. metselkalk
  7. metselspecie

adjective

  1. bakstenen
  2. stenen

verb

  1. met bakstenen bouwen

Voorbeelden

bouwmaterialen, objecten


brick wall

— bakstenen muur

brick building

— bakstenen gebouw; gebouw van baksteen

brick house

— bakstenen huis

brick oven

— bakstenen oven; oven voor het bakken

brick fireplace

— bakstenen haard

brick path

— bakstenen pad

brick floor

— bakstenen vloer

brick facade

— bakstenen gevel

idiomen of fraseologische uitdrukkingen


brick by brick

— steen voor steen

hit a brick wall

— tegen een muur oplopen; vastlopen

drop a brick

— een blunder begaan; zich verspreken

brick and mortar

— fysieke winkels; traditionele detailhandel

brick up

— dichtmetselen; een opening dichtzetten

baksteenrood; donkerrood


brick red

— zo solide als een baksteen; zeer betrouwbaar

as solid as a brick

— een apparaat onbruikbaar maken

defect apparaat; steen


to brick a device

— een steunpilaar zijn; een betrouwbaar persoon

bricked device

— blok boter

blok kaas


be a brick

— blok drugs

brick of butter

— bouwmaterialen, objecten

brick of cheese

— bakstenen muur

brick of drugs

— bakstenen gebouw; gebouw van baksteen