Vertaling van budget van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
budget
Transcriptie: [ˈbʌʤɪt]
Woordenboekartikel
noun
- budget n (budgetary, budgeting)
- begroting f
- budgettering f
- begrotingscontrole f
- goedkope
- betaalbaar
- Budgethotel n (budget hotel)
- portemonnee m
- staatsbegroting
- zak
verb
- de begroting opmaken
Voorbeelden
begroting
national budget
— nationale begrotinghousehold budget
— gezinsbudget; huishoudbudgetannual budget
— jaarbegrotingbudget deficit
— begrotingstekortbudget surplus
— begrotingsoverschot; positief begrotingssaldobalanced budget
— sluitende begrotingbudget allocation
— begrotingsallocatie; begrotingsverdelingbudget cuts
— bezuinigingen; bezuinigingsrondenbudget shortfall
— begrotingstekort; budgettekortbudget revenue
— begrotingsinkomstenbudgettair
budget hotel
— budgethotelbudget airline
— budgetmaatschappij; budgetluchtvaartmaatschappijbudget option
— budgetoptiebudget-friendly
— voordelig; zuiniglow-budget
— lowbudget; met een laag budgetbudget-priced
— tegen een budgetprijs; goedkoopbudgetteren; een begroting opstellen
to budget
— voorzien in de begroting; opnemen in de begrotingto budget for
— maandelijkse uitgaven budgetteren; de maandelijkse uitgaven plannento budget monthly expenses
— middelen toewijzen; geld in de begroting opnemento budget funds
— zorgvuldig budgetteren; de begroting zorgvuldig opstellento budget carefully
— zuinigmet een krap budget
on a budget
— over het budget gaan; het budget overschrijdenon a tight budget
— zich aan de begroting houden; binnen de begroting blijvengo over budget
— binnen de begroting blijven; het budget niet overschrijdenstick to the budget
— budgetrestricties; budgettaire beperkingenkeep within budget
— begrotingscyclusbudget constraints
— begrotingsplanningbudget cycle
— begrotingsraming; voorlopige begrotingbudget planning
— begrotingenbudget estimate
— begrotingsproces