Vertaling van build van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

build

': bouwen, bouw, maken, aanleggen, construeren
Transcriptie: [bɪld]

Woordenboekartikel

noun

  1. gebouwd
  2. opbouw f (rebuild)
  3. opgebouwd (rebuild)
  4. gemaakt
  5. samenstellen n (create)
  6. constructie f (construct)
  7. opgericht (set)
  8. compileren (compilation)
  9. bouwstijl m (construction)
  10. berusten (rely)

verb (built, built)

  1. bouwen (erect, develop, building, construct)
  2. aanleggen
  3. bouw m (construct)
  4. opbouwen
  5. voortbouwen
  6. ontwikkelen (create)
  7. maak (create)
  8. vormen (provide)
  9. bouwwerk n (construct)
  10. gecompileerd (compile)

Voorbeelden

build a house

— een huis bouwen

build a bridge

— een brug bouwen

build a wall

— een muur optrekken

build a tower

— een toren bouwen

build a shelter

— een schuilplaats bouwen

build a road

— een weg aanleggen

build a factory

— een fabriek bouwen

build a fence

— een hek plaatsen

build a website

— een website maken

build a server

— een server assembleren

build a database

— een database aanleggen

build a software system

— een softwaresysteem ontwikkelen

build a mobile app

— een mobiele app maken

build a script

— een script schrijven

build a network

— een netwerk opzetten

build automation tools

— automatiseringstools creëren

build trust

— vertrouwen opbouwen

build a reputation

— een reputatie opbouwen

build a strategy

— een strategie ontwikkelen

build a career

— een carrière opbouwen

build a relationship

— een relatie opbouwen

build confidence

— zelfvertrouwen ontwikkelen

build momentum

— momentum opbouwen

build awareness

— bewustzijn creëren

athletic build

— atletische bouw

muscular build

— gespierd postuur

slim build

— slank postuur

heavy build

— zwaar postuur

medium build

— gemiddeld postuur

strong build

— sterk postuur