Vertaling van builder van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

builder

': bouwer, aannemer, bouwondernemer, bouwmeester, stichter
Transcriptie: [ˈbɪldə]

Woordenboekartikel

noun

  1. bouwer m (developer, construction worker)
  2. aannemer m (contractor)
  3. Builder m
  4. bouwvakker m
  5. opbouwfunctie f (query builder)
  6. maker m (designer)
  7. Bouwbedrijf n (construction company)
  8. Rapportontwerper m (designer)
  9. ontwerper m (architect)
  10. bouwondernemer

Voorbeelden

bouwer, schepper


a builder of bridges

— een bruggenbouwer

a builder of a team

— een teamopbouwer

nation builder

— staatsvormer

projectontwikkelaar, aannemer


a house builder

— een huizenbouwer

a local builder

— een plaatselijke aannemer

builder's quote

— offerte van de aannemer

timmerman, metselaar


a builder's yard

— bouwmaterialenopslag

builder's tools

— gereedschap van de bouwer

builder's work

— bouwactiviteiten