Vertaling van building van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

building

': gebouw, bouw, opbouw, bouwwerk, constructie
Transcriptie: [ˈbɪldɪŋ]

Woordenboekartikel

noun

  1. gebouw n (facility, build, new construction)
  2. bouw m
  3. bouwwerk n
  4. opbouw f (build)
  5. constructie f (build)
  6. nieuwbouw m
  7. Building f
  8. pand n (facility)
  9. bouwen (build)
  10. opbouwen

participle

  1. voortbouwend

Voorbeelden

gebouw en bouwwerk


office building

— kantoorgebouw

public building

— openbaar gebouw

historic building

— historisch gebouw

building entrance

— gebouwingang

bouw


building work

— bouw werkzaamheden

building project

— bouw project

building site

— bouwplaats

building materials

— bouw materialen

in aanbouw zijnde huis


building house

— in aanbouw zijnde complex

building complex

— in aanbouw zijnde brug

building bridge

— in aanbouw zijnde project

building development

— bouwproject