Vertaling van busy van Engels naar Nederlands
Vertaling van het woord '
busy
Transcriptie: [ˈbɪzɪ]
Woordenboekartikel
noun
- bezig (involved)
- bezighouden (involved)
- drukke (vibrant)
- drukte f
- hectisch
- zware
verb
- bezet (occupied)
adjective
- druk
- naarstig
- rusteloos
- druk bedrijvig
- bemoeiziek
Voorbeelden
bezig, overladen met werk
be busy
— druk zijnbusy with work
— druk met werkbusy doing something
— bezig zijn met ietskeep busy
— zich bezighouden; zichzelf bezighoudenstay busy
— druk blijven; niet stilzittentoo busy to talk
— te druk om te pratenbusy schedule
— drukke agenda; volle agendabusy day
— drukke dag; volle daglevendig, druk, rumoerig
busy street
— drukke straat; levendige straatbusy intersection
— druk kruispuntbusy restaurant
— druk restaurant; restaurant vol bezoekersbusy market
— drukke markt; levendige marktbusy airport
— drukke luchthaven; drukbezochte luchthavenlijn bezet, verbinding
busy signal
— bezettoon; ingebruiktoonline is busy
— de lijn is bezetphone is busy
— de telefoon is bezet; het nummer is bezetidiomen en vaste uitdrukkingen
busy as a bee
— druk als een bij; zoet als een bijget busy
— aan de slag gaan; aan het werk gaanbusybody
— bemoeial; nieuwsgierig aagjekeep oneself busy
— zich bezighouden; zichzelf bezighoudenperiode van verhoogde activiteit
busy season
— druk seizoen; hoogseizoenbusy period
— drukke periode; intense periodebusy time
— drukke tijd; periode van bezettinggrammatica combinaties met voorzetsels
busy with
— druk metbusy at work
— druk op het werk; druk met werkbusy about
— druk met; bezig met