Vertaling van but van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

but

': maar, doch, slechts, behalve, enkel
Transcriptie: [bʌt]   US     UK 

Woordenboekartikel

conjunction

  1. maar
  2. doch
  3. echter
  4. toch
  5. terwijl

adverb

  1. slechts
  2. enkel

preposition

  1. behalve
  2. buiten
  3. uitgenomen