Vertaling van but van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

but

': maar, doch, slechts, behalve, enkel
Transcriptie: [bʌt]

Woordenboekartikel

conjunction

  1. maar
  2. doch
  3. echter
  4. toch
  5. terwijl

adverb

  1. slechts
  2. enkel

preposition

  1. behalve
  2. buiten
  3. uitgenomen

Voorbeelden

tegenstelling of toegeving


 

but

— maar
 

but still

— maar toch
 

but then

— anderzijds
 

but even so

— toch
 

but rather

— maar eerder
 

but also

— maar ook

uitsluiting of uitzondering


 

all but

— bijna
 

nothing but

— niets dan
 

no one but

— niemand dan
 

but for

— behalve

beperking of slechts


 

but only

— maar alleen
 

but merely

— maar slechts
 

but just

— maar gewoon

versterkende uitdrukkingen


 

but wait

— maar wacht
 

but then again

— anderzijds
 

oh, but

— oh, maar

idiomen of vaste uitdrukkingen


 

no ifs, ands, or buts

— geen gemaar
 

all but lost

— vrijwel verloren
 

nothing but words

— slechts woorden