Vertaling van cake van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

cake

': cake, taart, koek, gebak, stuk
Transcriptie: [keɪk]

Woordenboekartikel

noun

  1. taart f (pastry)
  2. cake m
  3. koek m
  4. gebak n (pastry)
  5. deegwaren m
  6. stuk
  7. haverbrood
  8. havermeelkoek

verb

  1. koek vormen

Voorbeelden

Eten, dessert


 

cake slice

— stuk taart; plak taart
 

chocolate cake

— chocoladetaart
 

sponge cake

— biscuit; biscuitgebak
 

layer cake

— laagjescake; meertrapscake
 

pound cake

— cake; botercake
 

carrot cake

— worteltaart; wortelcake
 

cheesecake

— cheesecake; kwarktaart
 

fruitcake

— fruitcake; cake met gedroogd fruit

Feesttaarten, vieringen


 

birthday cake

— verjaardagstaart
 

wedding cake

— bruidstaart
 

anniversary cake

— jubileumtaart
 

christening cake

— dooptaart
 

graduation cake

— afstudeertaart
 

celebration cake

— feesttaart

Handeling, afgeleid van cake als werkwoord


 

cake over

— een korst vormen; verharden
 

caked with mud

— met modder bedekt; besmeurd met modder
 

cake up

— samenkleven; korst vormen
 

be caked in

— bedekt zijn met; vol zitten met
 

cake something with icing

— iets met glazuur bedekken; dik bestrijken met

Idioom, vaste uitdrukkingen


 

piece of cake

— een fluitje van een cent; kinderspel
 

icing on the cake

— de kers op de taart
 

have your cake and eat it

— het onmogelijke willen; twee dingen tegelijk willen
 

a cakewalk

— een eitje; kinderspel
 

take the cake

— de kroon spannen; verbijsteren (meestal in negatieve zin)
 

let them eat cake

— laat hen taart eten (historische uitdrukking)

Bakkerij, winkels en processen


 

cake shop

— banketbakkerij; taartwinkel
 

cake stand

— taartstandaard
 

cake pan

— taartvorm; bakvorm
 

bake a cake

— een taart bakken
 

decorate a cake

— een taart versieren
 

slice the cake

— de taart aansnijden; de taart snijden