Vertaling van call van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

call

': noemen, roepen, roep, oproepen, telefoontje
Transcriptie: [kɔːl]

Woordenboekartikel

noun

  1. telefoongesprek n (phone)
  2. telefoontje n (phone)
  3. roep m (appeal)
  4. oproep m (invoke)
  5. call m (calling)
  6. gesprek n (conversation)
  7. telefoneren (telephone)
  8. roeping f (mission)
  9. uitnodiging f (invite)
  10. gevraagd (ask)

verb

  1. noemen (name)
  2. roepen (invoke)
  3. oproepen (invoke)
  4. bellen (dial)
  5. bel m (dial)
  6. verzoeken (ask)
  7. vragen (ask)
  8. riepen (calling)
  9. aanlopen
  10. aandoen

Voorbeelden

telefoongesprekken, communicatie


 

phone call

— telefoontje
 

make a call

— een telefoontje plegen
 

take a call

— een telefoontje aannemen
 

missed call

— gemiste oproep
 

incoming call

— binnenkomend gesprek
 

outgoing call

— uitgaand gesprek
 

conference call

— conferentiegesprek, teleconferentie
 

video call

— videogesprek
 

collect call

— gesprek voor rekening van de ontvanger
 

drop a call

— een gesprek verbreken
 

answer the call

— het gesprek aannemen, gehoor geven aan de oproep

oproep, roepen, roep


 

call for

— vragen om, oproepen, roepen
 

call for help

— om hulp roepen, hulp vragen
 

call out

— roepen, uitschreeuwen, naar buiten roepen
 

call someone

— iemand bellen, iemand roepen, iemand noemen

afgelasting, uitstel


 

call off

— afgelasten, uitstellen, terugroepen
 

call off the meeting

— de vergadering afgelasten

bevel, besluit, organisatie van acties


 

call a meeting

— een vergadering bijeenroepen, een zitting beleggen
 

call a vote

— een stemming uitschrijven, een stemming houden
 

call the shots

— de lakens uitdelen, bepalen wat er gebeurt
 

call the tune

— de toon aangeven, de lakens uitdelen

iets noemen, iets aanduiden


 

call something

— hem een held noemen
 

call him a hero

— het voor gezien houden, de dag afsluiten
 

call it a day

— oproepen voor militaire dienst, mobiliseren

opgeroepen worden, een oproep krijgen


 

call up

— iemands bluf doorzien, de uitdaging aangaan
 

be called up

— iemand ter verantwoording roepen, iemand uitdagen, iemand te kijk zetten

een specialist laten komen, opbellen, zijn komst melden


 

call someone's bluff

— ziek melden, zich ziekmelden
 

call someone out

— versterking laten komen, extra middelen inzetten

calloptie


 

call in

— margin call, verzoek om extra onderpand
 

call in sick

— callprice, uitoefenprijs, aflossingsprijs
 

call in reinforcements

— noodoproep, spoedoproep

wekker, wake-upcall, waarschuwing


 

call option

— een oproep doen, een beroep doen op
 

margin call

— een beroep doen op iemand
 

call price

— iemand bellen, iemand roepen, iemand noemen

afgelasten, uitstellen, terugroepen


 

emergency call

— noodoproep
 

wake-up call

— wekoproep