Vertaling van car van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

car

': auto, wagen, kar, gondel, tram
Transcriptie: [kɑː]

Woordenboekartikel

noun

  1. auto m (vehicle)
  2. wagen m (carriage)
  3. voertuig n
  4. automobiel m
  5. personenauto m (passenger)
  6. automarkt m (car market)
  7. kar
  8. gondel
  9. tram
  10. schuitje

Voorbeelden

typen auto's, modellen of doeleinden


 

sports car

— sportwagen, sportauto
 

electric car

— elektrische auto, elektroauto
 

hybrid car

— hybride auto, hybride
 

family car

— gezinsauto, familiewagen
 

luxury car

— luxeauto, representatieve auto
 

compact car

— compacte auto, compactwagen
 

used car

— tweedehands auto, occasions
 

rental car

— huurauto, gehuurde auto
 

racing car

— raceauto, racewagen
 

convertible car

— cabriolet, cabrio

delen en uitrusting van de auto


 

car engine

— automotor, motor van de auto
 

car tire

— autoband, autoband
 

car battery

— autoaccu, accu van de auto
 

car key

— autosleutel, sleutel van de auto
 

car door

— autodeur, deur van de auto
 

car trunk

— kofferbak, bagageruimte
 

car seat

— autostoel, kinderstoel in de auto
 

car mirror

— autospiegel, achteruitkijkspiegel

handelingen met de auto, rijden en onderhoud


 

drive a car

— een auto besturen, autorijden
 

start the car

— de auto starten, de motor aanzetten
 

park the car

— de auto parkeren, parkeren
 

wash the car

— de auto wassen, autowassen
 

refuel the car

— de auto tanken, tanken
 

repair the car

— de auto repareren, de auto maken
 

sell the car

— de auto verkopen
 

buy a car

— een auto kopen

plaatsen gerelateerd aan de auto


 

car park

— parkeerplaats, parkeerterrein
 

car showroom

— autoshowroom, showroom van auto's
 

car dealership

— autodealer, dealerbedrijf
 

car repair shop

— autowerkplaats, autoreparatiebedrijf
 

car wash

— autowasstraat, wasstraat voor auto's
 

car factory

— autofabriek, fabriek van auto's

ongevallen, verzekering of veiligheid


 

car accident

— auto-ongeluk, verkeersongeluk
 

car crash

— autobotsing, auto-ongeluk
 

car theft

— autodiefstal, diefstal van een auto
 

car insurance

— autoverzekering, verzekering voor de auto
 

car safety

— autoveiligheid, veiligheid van de auto
 

car recall

— terugroepactie van auto's, recall van een model

mensen of rollen gerelateerd aan de auto


 

car owner

— autobezitter, eigenaar van een auto
 

car dealer

— autoverkoper, autodealer
 

car mechanic

— automonteur, automonteur
 

car thief

— autodief, autokraker
 

car enthusiast

— autoliefhebber, autofanaat