Vertaling van chance van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

chance

': kans, toeval, mogelijkheid, gelegenheid, toevallig
Transcriptie: [ʧɑːns]

Woordenboekartikel

noun

  1. kans f (opportunity)
  2. mogelijkheid f
  3. gelegenheid f
  4. toeval n (randomness)
  5. toevallig (happen)
  6. geluk n (luck)
  7. vooruitzicht
  8. gebeurlijkheid

adjective

  1. lukraak
  2. incidenteel

verb

  1. wagen

Voorbeelden

 

take a chance

— een kans wagen
 

second chance

— tweede kans
 

chance of success

— kans op succes
 

by chance

— toevallig
 

give someone a chance

— iemand een kans geven
 

slim chance

— geringe kans
 

miss a chance

— een kans laten liggen
 

fair chance

— redelijke kans