Vertaling van chastise van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

chastise

': kastijden, tuchtigen, afstraffen
Transcriptie: [ʧæsˈtaɪz]

Woordenboekartikel

verb

  1. kastijden (chasten)
  2. straffen
  3. tuchtigen
  4. afstraffen

Voorbeelden

streng straffen


 

chastise a child

— een kind kastijden
 

chastise a pupil

— een leerling kastijden
 

chastise a thief

— een dief kastijden
 

chastise a wrongdoer

— een overtreder kastijden

uitfoeteren en de les lezen


 

chastise an employee

— een medewerker de les lezen
 

chastise a student

— een student op het matje roepen
 

chastise someone for lateness

— iemand uitschelden voor te laat komen
 

chastise someone publicly

— iemand publiekelijk de les lezen

met woorden veroordelen


 

chastise the government

— de regering veroordelen
 

chastise the media

— de media bekritiseren
 

chastise the policy

— het beleid veroordelen
 

chastise the decision

— de beslissing scherp bekritiseren

zelfverwijt


 

chastise oneself

— zichzelf verwijten maken
 

chastise yourself

— jezelf verwijten maken
 

chastise oneself for failure

— zichzelf verwijten maken bij een mislukking
 

chastise oneself for mistakes

— zichzelf verwijten maken bij fouten