Vertaling van cipher van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

cipher

': cijfer, nul, cijferschrift, nummer, cijferen
Transcriptie: [ˈsaɪfə]

Woordenboekartikel

noun

  1. cijfer n (digit)
  2. codering f (encryption)
  3. encryptie f
  4. nul
  5. cijferschrift
  6. nummer
  7. monogram
  8. naamcijfer
  9. sleutel van cijferschrift

verb

  1. versleutelen (encrypt)
  2. cijferen
  3. rekenen
  4. berekenen

Voorbeelden

versleuteling of cryptografie


 

stream cipher

— stroomcijfer
 

block cipher

— blokcijfer
 

symmetric cipher

— symmetrisch cijfer
 

asymmetric cipher

— asymmetrisch cijfer
 

cipher key

— sleutel voor versleuteling; cryptografische sleutel
 

cipher algorithm

— versleutelingsalgoritme
 

cipher suite

— reeks van cijfers
 

cipher block chaining

— blokkettingmodus; kettingmodus van blokken
 

cipher feedback

— cijferterugkoppeling

namen van specifieke cijfers of machines


 

Caesar cipher

— caesarcodering
 

Vigenere cipher

— vigenèrecijfer
 

Playfair cipher

— playfaircijfer
 

Enigma cipher

— enigmacijfer; enigmamachine

handeling, werkwoordcombinaties


 

to cipher a message

— een bericht versleutelen
 

cipher data

— gegevens versleutelen
 

cipher something

— iets versleutelen

persoon, nul of niets


 

a cipher

— niemand; niemendal; lege plaats; nul
 

he is a cipher

— hij is een niemendal; hij is niets

rekenkunde of nulteken


 

cipher symbol

— nulteken; symbool voor nul
 

to cipher

— rekenkundige berekeningen uitvoeren; rekenen