Vertaling van clashing van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

clashing

': botsen, stoten, rammelen, ratelen, rinkelen
Transcriptie: [ˈklæʃɪŋ]

Woordenboekartikel

participle

  1. botsend

verb

  1. botsen
  2. stoten
  3. rammelen
  4. ratelen
  5. rinkelen
  6. tegen elkaar ingaan
  7. in strijd zijn met
  8. vloeken met

Voorbeelden

conflicteren en uiteenlopen


 

clashing views

— botsende opvattingen
 

clashing interests

— botsende belangen
 

clashing opinions

— uiteenlopende meningen
 

clashing with each other

— met elkaar in conflict zijn

niet samenvallen in de tijd


 

clashing schedules

— botsende agenda's
 

clashing appointments

— overlappende afspraken
 

clashing events

— gelijktijdige evenementen
 

clashing dates

— samenvallende data

botsen en stoten


 

clashing swords

— kruisende zwaarden
 

clashing cymbals

— rammelende bekkens
 

clashing rocks

— botsende rotsen
 

clashing against the wall

— tegen de muur stoten

disharmoniëren in kleur en stijl


 

clashing colors

— niet bij elkaar passende kleuren
 

clashing patterns

— niet bij elkaar passende patronen
 

clashing styles

— disharmonische stijlen
 

clashing outfits

— niet bij elkaar passende outfits