Vertaling van cluster van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

cluster

': bundel, tros, bos, zwerm, wis
Transcriptie: [ˈklʌstə]

Woordenboekartikel

noun

  1. cluster n (clustering)
  2. clustering f
  3. geclusterd
  4. groep f (bunch, clump)
  5. groepje n
  6. groepering f (group)
  7. bundel
  8. tros
  9. bos
  10. zwerm

verb

  1. zich groeperen
  2. zich scharen
  3. in trossen groeien
  4. zich verzamelen

Voorbeelden

groep of opeenhoping


 

a cluster of people

— een groep mensen; een opeenhoping van mensen
 

a cluster of houses

— een groep huizen; een opeenhoping van huizen
 

a cluster of grapes

— een tros druiven; een druiventros
 

a cluster of islands

— een eilandengroep

astronomie of ruimte


 

a cluster of stars

— een sterrenhoop; een opeenhoping van sterren
 

star cluster

— sterrenhoop; stercluster
 

a cluster of galaxies

— een cluster van sterrenstelsels; een groep sterrenstelsels
 

globular cluster

— bolvormige sterrenhoop; bolvormige stercluster

technologie of computers


 

server cluster

— servercluster; cluster van servers
 

cluster computing

— clusterrekenen; rekenen in een cluster
 

compute cluster

— rekencluster; cluster van rekenknopen
 

clustered index

— geclusterde index; clusterindex

statistiek of data-analyse


 

cluster analysis

— clusteranalyse; groepsanalyse
 

cluster sampling

— clustersteekproef; clustersteekproeftrekking
 

hierarchical clustering

— hiërarchische clustering; hiërarchisch groeperen

biologie of geneeskunde


 

disease cluster

— ziektecluster; opeenhoping van ziektes
 

cluster headache

— clusterhoofdpijn; reeks hoofdpijn aanvallen
 

a cluster of cells

— een groep cellen; een opeenhoping van cellen

economie of industrie


 

industrial cluster

— industrieel cluster; cluster van bedrijven
 

business cluster

— bedrijvencluster; bedrijfscluster

militair of bewapening


 

cluster bomb

— clusterbom
 

cluster munition

— clustermunitie

werkwoord of handeling


 

cluster around

— zich rondom verzamelen; zich rondom groeperen
 

cluster together

— zich ophopen; zich in een groep verenigen
 

cluster on

— zich concentreren op; zich richten op