Vertaling van coach van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

coach

': coach, bus, trainer, trainen, koets
Transcriptie: [koʊtʃ]   US     UK 

Woordenboekartikel

noun

  1. coach m (coaching, instructor)
  2. trainer m
  3. bus m (bus)
  4. busstation n
  5. busdienst m
  6. koetshuis n (coach house)
  7. begeleider m (tutor, instructor)
  8. instructeur m
  9. getraind (train)
  10. leraar m (teacher)

verb

  1. trainen (train)
  2. coachen (coaching)
  3. begeleiden (guide)
  4. africhten
  5. onderwijzen
  6. lessen geven
  7. opvoeden