Vertaling van confidence van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

confidence

': vertrouwen, vrijmoedigheid, geloof, fiducie
Transcriptie: [ˈkɒnfɪdəns]

Woordenboekartikel

noun

  1. vertrouwen n (trust, confident)
  2. geloof n (trust, faith)
  3. zelfvertrouwen n
  4. vertrouwensrelatie f
  5. confidentie f
  6. vertrouwelijk (confidentiality)
  7. zekerheid f (assurance)
  8. betrouwbaarheid f (credibility)
  9. overtuiging f
  10. zelfverzekerd (confident)

Voorbeelden

zelfvertrouwen


 

self-confidence

— zelfvertrouwen
 

grow in confidence

— meer zelfvertrouwen krijgen
 

confidence in oneself

— vertrouwen in jezelf
 

confidence in your abilities

— vertrouwen in je kunnen

vertrouwen en geloof


 

confidence in someone

— vertrouwen in iemand
 

have confidence in

— vertrouwen hebben in, geloven in
 

confidence in the team

— vertrouwen in het team
 

confidence in the future

— vertrouwen in de toekomst

zelfverzekerde toon


 

speak with confidence

— zelfverzekerd spreken
 

act with confidence

— zelfverzekerd optreden
 

project confidence

— zelfvertrouwen uitstralen
 

confidence in your voice

— zelfverzekerdheid in je stem

vertrouwelijkheid


 

in confidence

— in vertrouwen
 

tell someone in confidence

— iemand in vertrouwen iets vertellen
 

share something in confidence

— iets in vertrouwen delen
 

keep it in confidence

— het vertrouwelijk houden

politiek en economie


 

vote of confidence

— motie van vertrouwen
 

confidence vote

— vertrouwensstemming
 

confidence crisis

— vertrouwenscrisis
 

restore confidence

— vertrouwen herstellen