Vertaling van construct van Engels naar Nederlands


Vertaling van het woord '

construct

': bouwen, construeren, opbouwen, aanleggen, samenstellen
Transcriptie: [ˈkɒnstrʌkt]

Woordenboekartikel

verb

  1. bouwen (erect, build, develop)
  2. construeren
  3. opbouwen
  4. aanleggen
  5. samenstellen (create)
  6. oprichten (erect)
  7. bouw m (build)
  8. opbouw f
  9. maken (create)
  10. maak

noun

  1. constructie f (build)
  2. samens m
  3. vervaardigen (make)
  4. bouwwerk n (build)
  5. opzetten n (create)

Voorbeelden

bouwen


construct a house

— een huis bouwen

construct a bridge

— een brug bouwen

construct a road

— een weg aanleggen

construct a building

— een gebouw optrekken

creëren


construct a theory

— een theorie ontwikkelen

construct an argument

— een argument opbouwen

construct a model

— een model opstellen

construct a plan

— een plan opstellen

samenstellen


construct a sentence

— een zin samenstellen

construct a question

— een vraag formuleren

construct a phrase

— een woordgroep samenstellen

construct a clause

— een bijzin opbouwen

construeren


construct a machine

— een machine construeren

construct a device

— een apparaat construeren

construct a prototype

— een prototype creëren

construct a mechanism

— een mechanisme construeren